HOME      SITEMAP      MIJN S. SHADOW      ALLE MODELLEN      UW S. SHADOW      FOTO-GALERIJ      TECHNIEK      CONTACT

 

Het hydraulische systeem:

Hoofdmenu hydraulica
Het gehele hydraulische systeem

Het Remsysteem
Het Hoogteregelingssysteem
De vloeistofdrukvoorziening

Verversen en ontluchten
De hydraulische schema's

 

Verversen en ontluchten:

Menu verversen en ontluchten
Algemene introductie
De controlelampen

Posities ontluchtingsnippels
Benodigdheden, algemene tips
Ontluchtingsprocedure accumulatoren

Ontluchtingsprocedure remsysteem 1 en 2
Ontluchtingsprocedure remsysteem 3
Ontluchtingsprocedure hoogteregeling

 


Ontluchtingsprocedure accumulatoren



De hier beschreven ontluchtingsprocedure voor de accumulatoren is van toepassing op Silver Shadow modellen met een lager chassisnummer dan 50.001.

Het ontluchten dient te worden uitgevoerd door een doorzichtig slangetje over de desbetreffende ontluchtingsnippel te plaatsen en door het andere uiteinde van het slangetje in een glazen potje te hangen. Het potje dient minimaal met 2 3 centimeter vloeistof te zijn gevuld om het aanzuigen van lucht te voorkomen.

De procedure dient in de hieronder beschreven volgorde te worden uitgevoerd.

- Plaats een doorzichtig slangetje over de ontluchtingsnippel van de accumulator behorende tot systeem 1 en hang het andere uiteinde in een met tot 2 3 centimeter vloeistof gevuld glazen potje. Plaats een tweede slangetje over de ontluchtingsnippel van de accumulator behorende tot systeem 2 en hang het uiteinde hiervan eveneens in het glazen potje.

- Draai de ontluchtingsnippels langzaam open en laat de vloeistof lopen totdat de vloeistofstroom stopt. Zet het contact aan en controleer of de beide remdruk controlelampen van systeem 1 en systeem 2 oplichten. Is dit het geval dan functioneren de beide drukschakelaars van de beide systemen naar behoren. Controleer de beide controlelampen indien deze niet oplichten.

- Start de motor en laat deze met een verhoogd toerental draaien (+/- 800 r.p.m) en laat de vloeistof maximaal 10 15 seconden stromen. Controleer tijdens deze procedure of er zich geen luchtbellen in de beide slangetjes bevinden. Sluit de beide ontluchtingsnippels. Herhaal de voorgaande procedure (stap 1 tot 3) totdat er zich geen luchtbellen meer in de slangetjes bevinden. Houd het vloeistofpeil in het remreservoir in de gaten en vul dit zonodig bij. Verwijder de beide slangetjes en controleer of de ontluchtingsnippels goed zijn aangedraaid (+/- 3 N/m).



 TOP OF PAGE ↑ 


Marinus Rijkers.   Disclaimer