HOME      SITEMAP      MIJN S. SHADOW      ALLE MODELLEN      UW S. SHADOW      FOTO-GALERIJ      TECHNIEK      ZOEKEN      CONTACT

 

Het hydraulische systeem:

Hoofdmenu hydraulica
Het gehele hydraulische systeem

Het Remsysteem
Het Hoogteregelingssysteem
De vloeistofdrukvoorziening

Verversen en ontluchten
De hydraulische schema's

 

Het hoogteregelingssysteem:

Menu hoogteregelingssysteem
Introductie van de hoogteregeling
Werking van de hoogteregeling
Diagnose-tabel
Samenhang componenten

Componenten:
   Front height control valve
   Rear height control valve
   Rear height control rams

 
   Restrictor valve
   Rollrestrictor valve
   Solenoid valve

 

Diagnosetabel van het hoogteregelingssysteem

Deze pagina bevat een uitgebreide tabel om vast te stellen wat de oorzaak van een storing zou kunnen zijn aan het hydraulische hoogteregelings systeem en wat je aan de storing zou kunnen doen.

Symptoom

Mogelijke oorzaak

Actie

De waarschuwingslampen gaan niet uit direct nadat de motor is gestart.
of
De waarschuwingslamp(en) gloeit op tijdens het rijden.

1. Te weinig vloeistof in het reservoir.
2. Drukswitches defect.
3. Hydraulische pomp defect.
4. Drukbol(len) defect.
5. Intern lek in het systeem.

1. Controleer het olie-niveau; controleer het systeem visueel op externe lekkages.
2. Test de drukswitch.
3. Test de pomp.
4. Test de drukbol(len).
5. Test de systeemcomponenten op hun juiste werking.

De waarschuwingslamp(en) brandt kort terwijl de auto langzaam rijdt en de remmen komen op.

Het tussenschot van een drukbol is defect.

Test de drukbollen.

De hoogteregeling maakt lawaai, knarst tijdens het rijden.

Lucht in het hoogteregelingssysteem.

Ontlucht het systeem.

De auto komt niet snel op het juiste niveau terwijl de snelle hoogteregeling is geselecteerd (versnelling in P of N of de deur open).

1. Fout in de bedrading van de solenoid.
2. Defect in de solenoid-klep.
3. De solenoid-restrictor is geblokkeerd.
4. Fout in de hoogteregeling of in de rolbeperker.
5. Onvoldoende druk beschikbaar.

1. Controleer de bedrading.
2. Test de solenoid-klep.
3. Controleer de restrictor.
4. Controleer de kleppen op snelle werking.
5. Drukbollen geven te weinig druk door vuil in een van de kleppen. Test de drukbollen en test de kleppen op harde plekken tijdens het functioneren.

De auto blijft niet op de juiste hoogte.

1. De hoogteregelingsstangetjes zijn niet goed vastgemaakt.
2. Onvoldoende druk aanwezig. 

1. Maak de stangetjes goed vast.
2. Controleer de beschikbare druk; test op lekkages. 

De auto komt aan de voor- resp. achterzijde niet op hoogte. 

1. Lekkages in de voor- resp. achter-leidingen, kleppen of rams.
2. De voorste resp. achterste hoogteregelingsverbindingen zijn niet goed vastgemaakt.
3. Fout in de voorste resp. achterste hoogteregelingsklep.
4. De auto is overbelast.
5. Fout in de rolbeperkingsklep (alleen bij symptoom aan de voorzijde).  

1. Controleer visueel op lekkages en test op inwendige lekkages.
2. Maak de klepverbindingen goed vast.
3. Test de kleppen.
4. Verminder de lading.
5. Test de rolbeperkingsklep. 

De auto komt aan één kant niet op hoogte aan de voorzijde resp. achterzijde.

1. Defect aan de afdichting van de ram-klep.
2. Leidinglekkage direct voor de ram-klep.
3. Defect aan de hoogteregelingsklep (alleen bij achterzijde).

1. Controleer de ram-klep op lekkages bij de afdichtingen.
2. Controleer visueel op lekkages.
3. Test de hoogteregeling op een juiste werking (bij achterzijde).

De auto maakt overdadige rolbewegingen in bochten en het sturen wordt onvoorspelbaar, veroorzaakt onverwachte bewegingen.

1. De rolbeperkingsklep staat blijvend in de "snel"stand.
2. De solenoid staat blijvend in de "snel"stand.

1. Test de rolbeperkingsklep op een juiste werking.
2. Test de solenoidklep.



 TOP OF PAGE ↑ 


© Marinus Rijkers.   Disclaimer