HOME      SITEMAP      MIJN S. SHADOW      ALLE MODELLEN      UW S. SHADOW      FOTO-GALERIJ      TECHNIEK      ZOEKEN      CONTACT

 

Het elektrische systeem:

 

Hoofdmenu elektriciteit
Elektriciteit algemeen

Elektrische schema's
Systemen en componenten
Werken aan elektriciteit

 

Elektriciteit algemeen:

 

Algemene gegevens van de elektriciteit
Werking van het elektrische systeem (1)
Werking van het elektrische systeem (2)

Legenda elektriciteit
Overzicht gebruikte lampen

 


Legenda van gebruikte symbolen



(Wil je terug naar het vorige scherm, klik dan HIER)
In de schema's over de elektriciteit komen de onderstaande symbolen voor. Lees hier welke betekenis deze hebben.

Battery. De battery of accu is de "voeding" van de auto. De accu van de Silver Shadow bestaat uit 6 cellen van elk 2 Volt. Omdat deze in serie met elkaar zijn verbonden, geeft dat aan de accupolen een spanning van 12 Volt. Het vermogen van de accu wordt aangegeven in Ampère-uur, kortweg Ah. Een Silver Shadow kan het best worden voorzien van een accu van 70 Ah. Bij een Long Wheelbase met division (separatiescherm) wordt een extra accu gemonteerd. Een accu wordt onder normale omstandigheden tijdens het rijden bijgeladen door de dynamo met daaraan gekoppeld de spanningsregelaar.

Power connector en Earth point. De power connector is de "plus"-aansluiting van de bedrading aan het elektrische systeem van de auto. Het earth point is de "aarde" van de auto. Deze is direct aan het chassis verbonden. Het chassis fungeert op deze manier als "min"-aansluiting.

Plug en Socket. De plug en socket tesamen zijn een stekkerverbinding. Er zijn zogenaamde "male" en "female" uitvoeringen. Worden de plug en de socket met elkaar verbonden, dan is in de tekening het gele draadje van de plug verbonden met het gele draadje van de socket; de rode draad met de rode, de groene met de groene, enzovoort.

Fuses. De fuses of zekeringen voorkomen dat indien er kortsluiting ontstaat in een systeem, dit systeem "doorbrandt" en de verbinding wordt verbroken. De zekeringen zitten in de Silver Shadow gegroepeerd op het fuse-panel (zekeringenpaneel) onder de stuurkolom.

  

Switch. Een switch is een schakelaar die met de hand wordt bediend. In de tekening van een switch symboliseert de zwarte streep het mechanische gedeelte dat naar links of naar rechts kan worden bewogen en daardoor één contact (bolletje) verbindt met het andere. Van de vele verschillende type switches die in de auto aanwezig zijn, zijn er hier links 3 afgebeeld.

  

Light Bulb. Een Light bulb is het "pitje" van een autolamp. De elektrische voorstelling van zo'n lamp in een schema ziet u hiernaast. Een groen lampje geeft aan dat een lampje niet brandt, een wit dat het om een lampje gaat dat brandt aan de voorzijde van de auto en een rood dat het om een lampje gaat dat brandt aan de achterzijde van de auto.

Diode. De diode en zener-diode zijn zogenaamde halfgeleiders die de stroom maar naar één kant doorlaten. Er zijn vele verschillende uitvoeringen van de diode. De zener-diode bijvoorbeeld wordt gebruikt in de spanningsregelaar, en laat alleen stroom door vanaf een bepaalde spanning (bijvoorbeeld stroom bij een spanning van 10 Volt en hoger). Zo kan men regelen wanneer de accu moet bijladen en wanneer juist niet. Erg herkenbaar zijn de diodes die gebruikt worden voor het airco-systeem; deze zitten links op het fusepanel (zekeringenpaneel).

Termination block. Een termination block is een serie elektrische verbindingen geplaatst op een geïsoleerd plaatje. Vergelijk het met een printplaatje in een elektrisch apparaat. Termination blocks zitten bijvoorbeeld in de deuren van de Silver Shadow gemonteerd en zorgen voor de juiste doorverbinding van de aansluitdraden van bijvoorbeeeld de raammotor en eventueel de centrale deurvergrendeling.

Ignition Coil. De ignition coil is de bobine. Hij bestaat uit twee in elkaar gewonden spoelen waarvan er één weinig en de ander veel windingen bevat. Dit noemen we de primaire (weinig windingen) en secundaire kant. Onderbreekt men nu de primaire kant door middel van het openen van de contactpunten, dan onstaat er een hoge spanning aan de secundaire kant. Deze hoge spanning wordt via de verdelerkap naar de bougies geleid. Zo onstaat er een vonk bij de bougies die de brandstof ontsteekt.

Distributor & Rotor. De verdelerkap (de buitenste acht contacten) en rotor (het binnenste contact met het zwart getekende hamertje). Deze zorgen samen voor de juiste ontstekingsvolgorde doordat de rotor ronddraait en daarbij telkens met alle contacten van de verdelerkap om beurten een verbinding maakt. De V-motoren van de Silver Shadow zijn in twee "cilinderbanken" verdeeld en wel in bank "A" en in bank "B". De "A"-bank is vanuit de bestuurderskant gezien de rechter bank, en dus de "B"-bank de linker. De ontstekingsvolgorde bij de V-8 motoren van Rolls-Royce en Bentley is als volgt. A1, B1, A4, B4, B2, A3, B3, A2. A1 bevindt zich rechtsvoor. De rotor draait linksom van boven gezien, dus tegen de klok in.

Motor. De motor neemt de daadwerkelijke mechanische bediening voor zijn rekening. De motor beweegt dus uiteindelijk het raam of de stoel. We kunnen een motor linksom en rechtsom laten draaien door de plus en min aansluiting om te keren. Zo kunnen we de stoelen, ramen en bijvoorbeeld de antenne met één knop en één motor bedienen.

 

Relais. Een relais is een constructie met een spoel met daarin een ijzeren kern. Daarboven bevindt zich een plaatje dat beweegbaar is opgehangen en door middel van contactpunten als schakelaar fungeert. Zet men nu een bepaalde spanning en stroom op de spoel dan wordt het plaatje aangetrokken en de schakelaar wordt geactiveerd.
De schakelaar is meestal vrij zwaar uitgevoerd. De spoel van het relais trekt niet zoveel stroom en kan door bijvoorbeeld een dashboardswitch worden bediend. Zo kunnen we met een kleine schakelaar (bijv. op het dashboard) een grote belasting (denk aan de achterruitverwarming) bedienen.

Spindle-Relais. Het spindle-relais oftewel de clutch is een zeer apart relais dat ervoor zorgt dat in combinatie met de stoelmotor de voorstoel in alle standen gezet kan worden. Aan de stoelmotor zit een zogenaamde spindle. Dit is in feite een grote stang met daarop schroefdraad. Vergelijk hem met een grote bout. De stoelmotor kan de spindle linksom en rechtsom laten draaien. Het spindle-relais is een soort moer die op de spindle is gedraaid en die met behulp van het spindle-relais kan worden vastgezet. Zo zal indien de motor loopt de moer naar voren (linksom) en naar achteren (rechtsom) gaan bewegen. Aan deze moer zit een ingewikkeld stangenstelsel dat de stoel in verschillende standen kan zetten. Elke stoel heeft 1 motor en 3 spindle-relais die elk voor een beweging zorgen. Zo kan de stoel omhoog en omlaag, naar voren en naar achteren, en voor en achter omhoog en omlaag. Deze complete constructie is voor de linker als wel voor de rechter stoel aanwezig en kan apart worden bediend door twee gescheiden seat-switches die op de middenconsole te vinden zijn.

Seat-Switch. De seat-switch is een schakelaar die meerdere contacten tegelijk kan doorverbinden en wordt gebruikt om de beide voorstoelen elektrisch te kunnen bedienen. Met deze switch is het mogelijk om de seat-motor in een bepaalde richting te laten lopen en tegelijkertijd één van de spindle-relais te bedienen. Zo kun je met één schakelaar de voorstoel alle kanten op bewegen. De schakelaars worden ook wel joy-sticks genoemd. Het elektrisch gedeelte van de voorstoelen heeft vier zekeringen die aan de bovenkant van het fuse-panel zijn te vinden. Dit zijn de seat-fuses.

Connector. Een kleine stekkerverbinding die je overal in de auto tegenkomt. Je vindt ze bijvoorbeeld achter de koplampen. Ze zijn altijd geïsoleerd om kortsluiting te voorkomen en maken het monteren en demonteren van elektrische componenten eenvoudiger.
Ze zijn meestal gecombineerd in een male en female uitvoering om te voorkomen dat de plus en min aansluiting worden verwisseld.

Solenoid. Het solenoid-relais is een spoel met daarin een metalen as. Deze as wordt naar binnen getrokken zodra er spanning op de spoel wordt gezet. Draait men de plus en min nu om dan komt de stang naar buiten. Ze worden gebruikt voor de centrale deurvergrendeling en in een meer complexere uitvoering in het hydraulische systeem. Deze laatste uitvoering bedient een hydraulische klep die ervoor zorgt dat de Ram’s slow of fast bewegen. Zie het hoofdstuk hydraulisch systeem.

Contact-Set & Condensor. Hier een tekening van de contactpuntjes met daaraan de condensator. De contactpuntjes zijn in feite de contacten van een schakelaar die geopend en gesloten worden via een overbrenging van de krukas en een achtkantig plaatje. Dit ronddraaiende plaatje drukt de contactpunten op gezette tijden open en dicht. Met de contactpuntjes wordt de bobine in- en uitgeschakeld. Zo krijgt men via de verdelerkap en rotor op het juiste moment een vonk op één van de acht bougies. In de Shadow zijn ze dubbel uitgevoerd. Ze zitten onder de verdelerkap. De condensator zorgt naast de ontstoring ook voor het feit dat de contactpunten niet te snel inbranden. De Shadow II heeft geen mechanische, maar elektronische contactpunten die niet kunnen slijten of inbranden.

Park-switch. Deze schakelaar geeft de optie om één stadslicht vóór en één achterlicht van dezelfde kant van de auto te laten branden ook als het contact uitstaat. Zo kan men de auto in het donker veilig parkeren. Hij zit onder het dashboard gemonteerd en bestaat uit een grote draaiknop die een midden (off) een linkse (left) en een rechtse (right) kant opgedraaid kan worden.
De stads- en achterlichten trekken niet zoveel stroom zodat ze een vrij lange tijd kunnen branden.

Switch-box. Dit is de officiële benaming van wat wij het contactslot noemen. Er zijn vier standen mogelijk. Geheel links is de accessoire-stand. Deze stand zorgt ervoor dat bijvoorbeeld de radio aangezet kan worden zonder dat de motor loopt. Hij activeert één bepaald circuit van het elektrische gedeelte van de auto. Zo voorkomt men bijvoorbeeld dat de bobine niet doorbrandt als de contactpunten gesloten zouden zijn. De tweede (middelste) stand is de OFF-stand. In deze stand kan men het contactsleuteltje verwijderen. Bij sommige modellen zit hierachter een schakelaar die de versnellingsbak in zijn Park-stand zet. Dit ter beveiliging van het per ongeluk wegrijden van de auto op bijvoorbeeld een helling indien men de handrem is vergeten aan te trekken, of de versnellingshandle op het stuur niet in zijn park-stand heeft gezet. De derde stand is de ignition-stand. In deze stand staan alle elektrische circuits aan. Dit is tevens de Run-stand. De laatste (meest rechtse) stand is de Start-stand. Na het loslaten van deze stand komt de schakelaar automatisch terug in de Run-stand. Op de switch-box is tevens de lichtschakelaar bevestigd.

Starter-Motor. De startmotor. Altijd in combinatie met het de Bendix. De Bendix heeft twee functies. Ten eerste is het een zware schakelaar die de startmotor aan en uit zet. In dezelfde constructie zit een mechanische as waarop het tandwiel van de motor is bevestigd. Zet men nu met behulp van het startrelais spanning op het geheel, komt de bendix met tandwiel naar voren, drukt dit tegen de starterkrans van de automotor en schakelt elektrisch de startmotor aan waarbij deze rond zal gaan draaien. De starterkrans is bevestigd aan de krukas en zal de motor van de auto in beweging zetten. Omdat ook de ontsteking is ingeschakeld zal de motor aanslaan. Omdat de startmotor veel stroom verbruikt, is het niet aan te raden deze voor lange tijd achter elkaar te laten lopen. Beter is het om, als de automotor niet meteen aanslaat, even te wachten en het daarna nog eens te proberen. Zo spaart men de accu en de startmotor zelf.

Cut-out-switch. Deze switch zorgt ervoor dat bepaalde elektrische stromen door bijvoorbeeld de raammotoren niet te hoog worden waardoor deze door zouden kunnen branden. Hij werkt met een zogenaamd bi-metaal. Dit specifieke metaal heeft de eigenschap dat het opkrult indien men er een bepaalde stroom doorheen stuurt. Het metaal, in de tekening de horizontale rode strip, is tevens een schakelaar. De stroom die er doorheen loopt verhit de metalen strip die daardoor omhoog komt te staan en de verbinding tussen zijn contacten verbreekt. Omdat er op dat moment geen stroom van het ene naar het andere contact kan lopen schakelt hij de motor uit. Tevens loopt er op dat moment geen stroom meer door het bi-metaal. Na enige tijd koelt de strip af, komt weer in zijn ruststand te liggen en de verbinding is weer hersteld. Deze specifieke switch zit verwerkt in de stoel en raammotoren en is tevens in een andere vorm te vinden op het fuse-panel. In deze laatste functie beveiligt hij de versnellingsbakstand-motor. Bij deze uitvoering komt het metaal niet vanzelf in zijn ruststand terug maar moet men hem via een rood knopje handmatig terugzetten. Mocht men met een draaiende motor werkzaamheden moeten uitvoeren aan de auto, is het aan te raden deze switch te verwijderen van het fuse-panel. Zo voorkomt men dat er per ongeluk een versnelling wordt ingeschakeld en de auto van zijn plaats komt.

The "A" & "B" Bank with the Spark-plugs. Een schematische voorstellling van de twee kanten van de motor met daarin getekend de 8 bougies. De bougies zijn door middel van speciale “doppen” en kabels die geschikt zijn om hoge spanningen door te laten, verbonden met de verdelerkap die op zijn beurt is verbonden met de bobine. Deze kabels hebben vaak een inwendige weerstand. Zonder deze weerstand zouden de kabels te veel elektrische storingen in de lucht kunnen brengen. Hierdoor zou de ontvangst van radio en TV signalen ernstig worden ontregeld. Zie tevens : Distributor & Rotor.



 TOP OF PAGE ↑ 


© Marinus Rijkers.   Disclaimer